Inloggen

Johan Remkes ontvangt Proces Regie als vak uit handen van VPNG bestuurslid Wilbert Wouters. 

Download hier gratis: Procesregie als vak - Handreikingen voor gemeentelijke procesregisseurs

Lees onder de foto's van de druk bezochte boekpresentatie,  de toespraak van Johan Remkes bij de overhandiging van het boek Proces Regie als vak: 

 

 

TOESPRAAK J.W. REMKES, COMMISSARIS VAN DE KONING VAN DE PROVINCIE NOORD-HOLLAND, BIJ DE IN ONTVANGSTNAME VAN HET BOEK ‘PROCESREGIE ALS VAK’, OP 22 MAART 2018, TE UTRECHT

Procesregisseur – ik denk nog niet dat iedereen begrijpend knikt als je tijdens een verjaardagsfeestje zegt dat dat je werk is.

Maar het is waarschijnlijk een kwestie van tijd voordat dat verandert.

En het boek dat vandaag ten doop wordt gehouden, kan daarbij helpen.

Het is goed dat u met elkaar hebt nagedacht over procesregie als vak. Want dat is het. En het is ook nog eens een vak in ontwikkeling, zoals de auteurs terecht stellen.

En dat komt weer doordat de samenleving verandert, doordat rollen van overheden schuiven, doordat samenwerking belangrijker wordt. Samenwerking tussen bewoners, overheden en instellingen.

Dat vraagt van overheden dat zij zich blijven bezinnen op hun rollen en op de invulling daarvan.

Ik zie in het boek – gericht op procesregie bij gemeenten - raakvlakken met de taakuitoefening van de provincie.

Net als voor gemeenten, geldt bijvoorbeeld voor de provincie ook dat onze rol en positie de laatste jaren zijn opgeschoven van meer dirigerend naar participerend en faciliterend.

Een andere overeenkomst is de breed gedragen maatschappelijke wens om opgaven meer in gezamenlijkheid te doen, als overheid samen met bedrijven, instellingen en burgers.

Die wens leeft ook bij de provincie Noord-Holland, en bij andere provincies, zo ervaren wij in onze contacten in IPO-verband.

Verder lees ik als definitie van procesregie: ‘het interactief organiseren van complexe processen om ideeën en initiatieven in de stad te realiseren’.

Een hele mond vol, maar ook deze definitie is van toepassing op de provinciale praktijk.

Ik denk in dat verband aan de Omgevingsvisie, waar we op dit moment hard aan werken. Die visie is een uitvloeisel van de Omgevingswet en past in de veranderende positie van de overheid. We werken heel nadrukkelijk samen met zoveel mogelijk belanghebbenden. De tijd is echt voorbij dat er vanuit het Haarlemse provinciehuis een blauwdruk werd afgehamerd en uitgerold over de provincie. Vandaag de dag doen provincieambtenaren en bestuurders hun uiterste best om zoveel mogelijke externe inbreng te verzamelen. Zo was er een maand geleden een werkcongres met zeker 350 deelnemers. De provincie is actief op sociale media. We consulteren en benaderen inwoners onder andere via de website Jouw Noord-Holland.nl. En noem maar op. Het is slechts een voorbeeld van een werkwijze die we inmiddels gelukkig meer zien in onze provinciale organisatie, en die we voor onszelf hebben vertaald in de koers: Samen Noord-Holland.

Een mooi voorbeeld van procesregie zie je ook in de bestuurlijke samenwerking rond de bij uitstek dynamische Metropoolregio Amsterdam. Daar werken we sinds 1 januari 2017 samen op basis van een convenant met samenwerkingsafspraken, dus op basis van een ‘lichte’ structuur, onderschreven door niet minder dan 33 gemeenten en twee provincies.

Er is anno 2018 meer sprake van openheid en samenwerking in het Nederlandse openbaar bestuur.

Dat is bijvoorbeeld ook goed te zien in het ‘Interbestuurlijk Programma’ dat medio februari is ondertekend door een kabinetsdelegatie, het IPO, de VNG, en de Unie van Waterschappen. Dit Programma ademt een geest van samenwerking. Het kabinet straalt oprecht uit het niet allemaal top-down vanuit Den Haag te willen bepalen, maar uitdrukkelijk de samenwerking te willen zoeken.

Toch is het niet uitsluitend halleluja.

Er zijn ook wel enkele complicerende aspecten bij al dat samenwerken.

Effectief samenwerken is makkelijker gezegd dan gedaan.

Het streven naar gezamenlijkheid en integraliteit, en het betrekken van burgers en belanghebbenden, kunnen ook leiden tot onduidelijkheid en rolverwarring. En tot teleurstelling.

Vooral voor kleinere gemeenten, maar toch ook voor grotere, wordt het regionale schaalniveau steeds belangrijker. Veel beleid dat door het Rijk naar gemeenten was gedecentraliseerd, is vervolgens door die gemeenten naar het regionale niveau getild. Uit volstrekt legitieme en logische motieven. Andere beleidsterreinen hadden en hebben vanuit zichzelf al een regionaal karakter, zoals bijvoorbeeld mobiliteit.

Op regionaal schaalniveau werken heel veel overheden dus graag en intensief samen. Maar ze raken daarbij ook steeds meer met elkaar verknoopt en verweven in een lappendeken van regionale samenwerkingsverbanden.

Goed lokaal bestuur is steeds een kwestie van slim strategisch opereren in de regio.

Dat is best lastig. Daarom levert samenwerking in de praktijk toch ook geregeld complicaties op voor gemeenten.

En op dat moment wordt ‘procesregie’ wel iets wat bijzonder belangrijk is, om overzicht te houden van wat er gaande is, en antwoord te krijgen op de vraag wie daarbij nu wat moet doen, en wat niet.

Hier valt nog wel een en ander te verbeteren. Met name gemeenteraden zijn tegenwoordig vaak de weg kwijt in dat doolhof van bovenlokale samenwerkingsverbanden. Raadsleden hebben onvoldoende zicht op de beïnvloedingsmogelijkheden die zij hebben, en zij voelen zich terecht belemmerd in hun kaderstellende en controlerende rol bij regionale afspraken. Het voelt soms aan als een fuik waar je inzwemt, er is geen weg terug.

Datzelfde geldt soms ook voor wethouders. Ook voor hen is het niet altijd zo simpel om te zien wat hun speelruimte is bij afspraken met andere gemeenten. Daar komt bij, dat het voor wethouders vervolgens ook niet altijd gemakkelijk is om nadien aan de eigen gemeenteraad duidelijk te maken waarom ingestemd is met regionale afspraken, waarbij de eigen gemeente water bij de wijn heeft moeten doen.

En ook voor burgers geldt iets dergelijks. Het is altijd goed om burgers te betrekken bij het openbaar bestuur. Maar maak bij inspraak goed duidelijk tot hoever die reikt. Want verkeerde verwachtingen zijn snel gewekt.

Deze spanningsvelden zijn in beginsel ook bij provincies wel aan de orde. Hoewel ze in de praktijk toch iets minder klemmend zijn.

Maar ook de provincie Noord-Holland heeft procesregie nodig. Die is nodig om de eigen koers te kunnen bepalen in het geheel van afspraken binnen de Metropoolregio Amsterdam, in de interprovinciale samenwerking met het IPO, en in de landelijke afspraken, zoals die in het eerder genoemde Interbestuurlijk Programma met het kabinet zijn gemaakt.  

Nodig in dit verhaal is een goede procesregisseur.

Deze moet volgens mij maatschappelijk tegenstellingen kunnen overbruggen, verschillende belangen en standpunten kunnen verkennen en vervolgens recht doen, loyaal zijn aan de politiek-bestuurlijke praktijk, en kunnen schaken op verschillende borden.

Voor dat laatste punt verwijs ik naar het zeven veldenmodel uit het boek.

Goed beschouwd, vormt u voor een belangrijk deel wat wel genoemd wordt: ‘de ontwikkelende kant van de lokale overheid’. De projectgroepen van gemeenten, provincies, waterschappen, en omgevingsdiensten. Jullie zijn de ambtenaren die steeds weer de verbinding leggen tussen binnen- en buitenwereld. Dwars door de hokjes in de eigen organisatie.

 

Tot slot.

Procesregie is nodig.
Deze bijeenkomst is er een illustratie van.

Ik zou zeggen: werk samen om het vak Procesregie naar een hoger niveau te tillen. Deel dilemma’s met elkaar, kijk bij elkaar in de keuken, verbind je met elkaar.

Opdat de overheid als geheel doelmatiger kan gaan werken, en beter kan inspelen op de ontwikkelingen die gaande zijn.

 

Wellicht past het bij een vak in ontwikkeling om een prijsvraag uit te schrijven. Bijvoorbeeld: welk koppel bestuurder-procesregisseur heeft het beste resultaat bereikt?

Als die prijs volgend jaar wordt vergeven, wil ik deze graag uitreiken.

 

Dank u wel.